Wrapping up the Twinkle Tour

“on the final leg of super fun euro tour–i want to thank all the peeps who came to the shows–it was blast playing for you–also thanks to melle and suze–u were/are incredible–and to joost who kept the whole machine running–and course mike who played like a demon—special thanks to kat dalton–without her there would be no johnny tours or music career–and to to dave hinkle who keeps zolar moving co. going—and to jenifer edmondson-[ace blogger and merch salesman]”

Johnny Dowd

Check out Melle’s blog for his behind the scenes take on the Feeling Bad tour and Johnny Dowd.. You’ll have to scroll to get to the tour,because Melle is a busy,creative guy, so I suggest you read from the top and see what he and Suzanne are up to these days. Here’s some excerpts to whet your appetite:

Temporary Bandage # 29

January 25, 2018

After the uncomfortable handshake, the Americans are in the car. John and Mike. With bags so big that there might be more Americans. It just fits.
I drive a bit. John sees a truck on the way. For piano transport. He knows that moving pianos in the Netherlands is difficult. Those narrow stairs in those high houses. Pianos need to go outside the houses around the houses. Mike knows that Dutch houses sometimes have hooks where they can lift pianos.
I finally know the way again. And bring them to their temporary home. It is a nice house.
In the evening we practice in the attic of their house.
We are going through songs.

Wayfairing Stranger
Wreck on the Highway
Clementine (I think I think the best sentence in a song is)
Worried man blues
Tom Dooley (That sang my father and he taught me guitar)
And another one I now forgotten.
Singing together twinned and everything that goes wrong is much nicer than what sounds good.
On to the Altstad in Eindhoven!

A bit of a cunt photo, but my phone fell out and was not possible again.

johnny1

Temporary Bandage # 34

January 30, 2018

On a sign it says that it is one of the oldest Christian settlements in Europe. It is a beautiful, London church where we play. Out of stock. On a Monday night. That’s because of johnny. Suus and me see them for the first time. Almost all my CDs have been sold afterwards. So many enthusiastic people, that I’m going to think something is wrong. It is a great experience.

IMG_5822

Afterwards the after party in the hotel room of Johnny and Mike.

IMG_5820

Feeling Bad Tour @ PaRaDoX rootZclub 2/3

 

Johnny-Dowd-by-Kat-Dalton

Als twee mensen lang genoeg graven komen ze elkaar uiteindelijk tegen. Johnny Dowd en Melle de Boer graven al jaren tunnels in de menselijke ziel. Als Orpheusen dalen ze af in de onderwereld en nemen met gevaar voor eigen leven de mooiste dingen mee naar boven. Nu komen die tunnels samen. December 2017 komt Johnny Dowd uit met een album met zijn interpretaties van Amerikaanse Folk klassiekers. Liedjes als: Going Down the Road, St. James Infirmary, Tom Dooley, Oh my Darling Clementine. Het zijn Traditionals, de basis van de Amerikaanse muziek. Johnny en Melle zullen ze bijna onherkenbaar brengen. Niet oubollig, maar zoals ze nu moeten klinken, actueel, vol ziel, elektriciteit en noodzakelijkheid. Ze spiegelen een directe reactie op de huidige Amerikaanse samenleving, met alle spanningen en onzekerheden die daarbij denkbaar zijn.

Melle de Boer brengt begin 2018 een album uit. Een solo album heel dichtbij zichzelf. Dit album wordt opgenomen op zijn zolder. Eenzelfde zolder als waarnaar de vader van Melle vertrok na zijn scheiding. Op die zolder wonen spoken. Spoken die liedjes fluisteren. Johnny en Melle gaan touren door Nederland. Ze spelen hun liedjes. Oude liedjes, nieuwe liedjes. Geen suf singer-songwriter avondje maar elektrisch, chaotisch, hard en lelijk, zacht en mooi. Alleen en samen. Ze combineren hun volstrekt eigen werelden om een onvergetelijk, maar vooral uniek optreden te verzorgen. Johnny neemt zijn gitarist Mike Edmondson mee. Hij zorgt voor een gedegen slaggitaar waar Johnny al zijn gekte en chaos in kwijt kan. Mike zingt ook mee. Melle wordt bijgestaan door Suzanne Ypma. Zij heeft samen met Melle zijn nieuwe album opgenomen. Suzanne is van de elektropop. De synthesizer heeft een belangrijke rol in het nieuwe album.

JOHNNY DOWD
Johnny Dowd wordt al tijden een van de laatst overgebleven échte folk originals genoemd. ‘Dowd is misschien niet naar de vorm, maar wel naar de geest een late volgeling van de vooroorlogse blueszangers’ NRC 2001. Johnny Dowd (geboren 29 maart 1948 in Fort Worth, Texas) is een Amerikaanse alt country musicus uit Ithaca, New York. Typisch voor zijn stijl zijn experimentele, luidruchtige, pauzes in zijn liedjes en sterke gotische (in de zin van duistere en sombere) elementen in de liedjes en in de muziek. Er is ook een sterke onderstroom van zwarte humor en het absurde in zijn werk. Als singer-songwriter wordt zijn muziek vergeleken met de muziek van Tom Waits, Nick Cave en Captain Beefheart.

MELLE DE BOER
Vanaf 2001 is Melle bezig met het duiden van zijn ‘Amerikaanse’ muziek.Zijn band Smutfish, opgericht in 1999, heeft sinds het debuutalbum ‘Lawnmower Mind’ een omvangrijk oeuvre opgebouwd en bij verschillende platenmaatschappijen 5 cd’s opgenomen. Door optredens op onder andere Noorderslag, SXSW in Austin, Texas, de Popkomm in Berlijn en het Reeperbahn festival in Hamburg, heeft de band veel getourd door Nederland en Europa. Ook noemenswaardig is de tour met Daniel Johnston in 2007 en 2008. In 2015 vond de release van het album “Trouble” plaats bij het toonaangevende Nederlandse label Excelsior Recordings. De daaruitvolgende tour langs filmhuizen maakte duidelijk dat door tekeningen toe te voegen aan de muziek, de teksten beter begrepen werden, zodoende werd er een extra dimensie aan een optreden toegevoegd.

Melle de Boer

 – Paradox Rootz Club

When two people dig long enough, they eventually meet each other. Johnny Dowd and Melle de Boer have been digging tunnels in the human soul for years. As Orpheusen they descend into the underworld and with danger to their own lives bring out the most beautiful things. Now those tunnels come together. December 2017 Johnny Dowd comes out with an album with his interpretations of American Folk classics. Songs like: Going Down the Road, St. James Infirmary, Tom Dooley, Oh my Darling Clementine. They are Traditionals, the basis of American music. Johnny and Melle will bring them almost unrecognizable. Not quaint, but as they should sound now, current, full of soul, electricity and necessity. They mirror a direct reaction to current American society, with all the tensions and uncertainties that are conceivable in this respect.

Melle de Boer will release an album in early 2018. A solo album very close to itself. This album is recorded in his attic. The same attic as the father of Melle left after his divorce.Ghosts live in that attic. Ghosts that whisper songs. Johnny and Melle are going to tour the Netherlands. They play their songs. Old songs, new songs. Not a dull singer-songwriter night but electric, chaotic, hard and ugly, soft and beautiful. Alone and together. They combine their completely individual worlds to provide an unforgettable, but especially unique, performance. Johnny takes his guitarist Mike Edmondson with him. He provides a solid percussion guitar that Johnny can put all his craziness and chaos into. Mike also sings along. Melle is assisted by Suzanne Ypma. She has recorded his new album together with Melle. Suzanne is from the electropop. The synthesizer has an important role in the new album.

JOHNNY DOWD
Johnny Dowd has been known as one of the last remaining real folk originals. ‘Dowd may not be in the form, but in spirit a late follower of the pre-war blues singers’ NRC 2001. Johnny Dowd (born March 29, 1948 in Fort Worth, Texas) is an American alto country musician from Ithaca, New York. Typical for his style are experimental, noisy, pauses in his songs and strong gothic (in the sense of dark and sombre) elements in the songs and in music. There is also a strong undercurrent of black humor and the absurdity in his work.As a singer-songwriter his music is compared with the music of Tom Waits, Nick Cave and Captain Beefheart.

MELLE DE BOER
Since 2001 Melle has been interpreting his ‘American’ music. His band Smutfish, founded in 1999, has built up an extensive body of work since the debut album ‘Lawnmower Mind’ and recorded 5 CDs at various record companies. Through performances at, among others, Noorderslag, SXSW in Austin, Texas, the Popkomm in Berlin and the Reeperbahn festival in Hamburg, the band has toured a lot through the Netherlands and Europe. Also noteworthy is the tour with Daniel Johnston in 2007 and 2008. In 2015 the release of the album “Trouble” took place at the leading Dutch label Excelsior Recordings. The ensuing tour of film houses made it clear that by adding drawings to the music, the texts were better understood, so an extra dimension to a performance was added.

 

– Translation by Google

enola.be reviews Twinkle Twinkle

Johnny Dowd

Twinkle, Twinkle
Guy Peters – photos: Kat Dalton – January 19, 2018

 

Dat Johnny Dowd geen doorsnee muzikant zou worden, stond ten tijde van zijn solodebuut Wrong Side Of Memphis al vast. Twintig jaar en een dozijn studioalbums later, kan je eigenlijk spreken van een totaalwerk dat, meer nog dan een inkijk in de geest van een eeuwige buitenstaander, een uitgebreide commentaar op de songtraditie is. Weliswaar met Twinkle, Twinkle als nieuw hoogtepunt van vervreemding.

Gedeeltelijk is dat te danken aan het feit dat ’s mans albums van bandaffaires zijn uitgedund tot solo-oefeningen, waarbij de focus gaandeweg verschoof van de klassieke combinatie van stem en gitaar, naar een vorm van bricolagekunst met ranzige beats, pompende bassen, eindeloze effecten en de monotoon uitgespuwde preken van een intussen bijna zeventigjarige experimentalist. Haalde That’s Your Wife On The Back Of My Horse (2015) een nieuw niveau van doorgeslagen dementie en knutseldrift, dan deed Execute American Folklore (2016) daar nog eens een schep bovenop. En Twinkle, Twinkle gaat nog verder, met dat verschil dat Dowd zich deze keer op the public domain gooit.

Dat heeft hij altijd al gedaan, onrechtstreeks, met invloeden uit folk, country, blues, spirituals en hymnes, en de talloze minder en meer expliciete verwijzingen die op platen en tijdens concerten opdoken, maar deze keer brengt hij interpretaties van klassiekers uit de folk- en aanverwante tradities die al even radicaal ontsporen als zijn eigen materiaal. Elf songs, waarvan de meest dateren van begin twintigste of zelfs negentiende eeuw (en eerder), omarmd door twee eigen constructies. Van die laatste is “Execute American Folklore, Again” de overgang met het vorige album. Dat execute zowel vertaald kan worden als “uitvoeren” en als “executeren” is geen toevalligheid. Bij Dowd is het altijd laveren tussen waanzin en bittere ernst (al liggen die vaak vervaarlijk dicht bij elkaar), kwansuis willekeurig rondgestrooide verzen en oneliners. Pruttelende synths, Butthole Surfers-gitaar, kitscherige effecten, doldwaze zang en andere vormen van muzikaal moddergooien. En achteraan “Job 17:11-17”, met de betreffende verzen die gedeclameerd worden als een gelaten terugblik op een sterfbed. Maar ook: “Thank God it’s Friday.”

Daartussen dus elf songs die stuk voor stuk gefileerd en gevandaliseerd worden. Verkrachtingen die gevoelige zielen op stang zullen jagen. Melodieën worden buiten gegooid of op hun kop gezet, waardoor songs soms pas herkend worden wanneer de titels passeren. Evergreens als “The Cuckoo”, “Trouble In Mind” en “House Of The Rising Sun”, die meerdere generaties roots-artiesten inspireerden om er hun draai aan te geven, krijgen nu misschien wel hun meest doldrieste of perverse uitvoeringen ooit, met passages die twijfelen tussen uitspattingen van kinderen die samen met opa losgelaten worden in de studio, en satanische rituelen met zieke stemmetjes en stuiterende bliepjes.

“Twinkle, Twinkle, Litte Star”. Miljoenen kinderen werden ermee in slaap gewiegd. Niet hier. Dit is de Poltergeist-versie, met Dowds zombievoordracht in een coalitie met een rudimentair ritme en spookybackings. Of “Rock Of Ages”, een combinatie van stompende hardrock en mislukt 80s experiment. En soms duiken er ritmes op, zoals in “Going Down The Road Feeling Bad”, die, mits een paar kleine aanpassingen, klaar zijn voor zweterige underground-fuiven, met Dowd als de hogepriester van het bacchanaal. Verder krijg je vooral zin om dit eens op te leggen wanneer je ouders passeren, want ook zij zijn ooit opgegroeid met songs als “Tom Dooley” (geen murder ballad die zo leutig klinkt) en het jolig walsende “Oh, My Darling, Clementine”.

Het wordt steeds moeilijker om nog iets nieuws te vertellen over Dowds oeuvre, dat intussen al twee decennia z’n eigenzinnige koers volgt, maar nu misschien verder dan ooit verwijderd is van wat conservatieve rootsliefhebbers verstaan onder hun geliefde genre. Kan wel zijn, maar tegelijkertijd ben je getuige van een onverschrokkenheid en daad van creativiteit die ook nu weer ontzag afdwingt. Artiesten als Dowd noemen we soms outsiders, de ongeleide projectielen, de luis in de pels, maar ze zijn meer dan dat. Het zijn de smaakmakers (ook al lijkt het soms smaakloos) en avonturiers, die net door hun baldadigheid nieuwe uithoeken en invullingen vinden, aantonen dat de traditie eindeloos verrijkt en vernieuwd kan worden van binnenuit.

Dowd speelt op 4 februari in de Rock Lobster (Antwerpen). Om een of andere reden heeft hij meer vrienden in Nederland. Daar speelt hij negen keer. Alle data zijn te vinden op de website.

 – Original article

Johnny Dowd

Twinkle, Twinkle

Guy Peters – photos: Kat Dalton – January 19, 2018

The fact that Johnny Dowd would not become an average musician was already confirmed at the time of his solo debut Wrong Side Of Memphis . Twenty years and a dozen studio albums later, you can actually speak of a total work that, more than an insight into the mind of an eternal outsider, is an extensive commentary on the song tradition. Admittedly with Twinkle, Twinkle as a new high point of alienation.

Partly this is due to the fact that man’s albums of band affairs have been thinned into solo exercises, with the focus gradually shifted from the classic combination of voice and guitar, to a form of bricolage art with rancid beats, pumping basses, endless effects. and the monotonously spewed sermons of an almost 70-year-old experimentalist. When That’s Your Wife On The Back Of My Horse (2015) reached a new level of knock-on dementia and craft drift, Execute American Folklore (2016) did a great job. And Twinkle, Twinkle goes even further, with the difference that Dowd this time on the public domain throws.

He has always done that, indirectly, with influences from folk, country, blues, spirituals and hymns, and the countless less and more explicit references that appeared on records and during concerts, but this time he brings interpretations of classics from the folk and related traditions that derail as radically as his own material. Eleven songs, most of which date from the early twentieth or even nineteenth century (and earlier), embraced by two own constructions. Of the latter, “Execute American Folklore, Again” is the transition with the previous album. That execute can be translated as “execute” and “execute” is not a coincidence. At Dowd it is always laziness between madness and bitter seriousness (although they are often very close to each other), quandary randomly scattered verses and one-liners. Prettling synths, Butthole Surfers guitar, kitschy effects, crazy vocals and other forms of musical mud throwing. And in the back “Job 17: 11-17”, with the verses in question that are to be pronounced as a resigned look back at a deathbed. But also: “Thank God it’s Friday.”

In between, eleven songs that are all filmed and vandalized. Rape that will hunt sensitive souls on rods. Melodies are thrown out or turned upside down, so that songs are sometimes only recognized when the titles pass.Evergreens like “The Cuckoo”, “Trouble In Mind” and “House Of The Rising Sun”, which inspired several generations of roots artists to turn it around, now get their most doldrieste (unbridled-Ed.) or perverse performances ever, with passages who doubt between the indiscretions of children who are released together with grandpa in the studio, and satanic rituals with sick voices and bouncing bleeps.

“Twinkle, Twinkle, Little Star”. Millions of children were lulled to sleep with them. Not here. This is the Poltergeist version, with Dowd’s zombie presentation in a coalition with a rudimentary rhythm and spooky backings. Or “Rock Of Ages”, a combination of punching hard rock and unsuccessful 80s experiment. And sometimes there are rhythms, like in “Going Down The Road Feeling Bad”, which, with a few minor adjustments, are ready for sweaty underground parties, with Dowd as the high priest of the Bacchanal. Furthermore, you especially want to impose this once your parents pass, because they also grew up with songs like “Tom Dooley” (no murder ballad that sounds so nice) and the jolly rolling “Oh, My Darling, Clementine” .

It is getting more and more difficult to tell something new about Dowd’s oeuvre, which has been following its own self-willed course for two decades, but is now perhaps more than ever removed from what conservative roots enthusiasts understand by their beloved genre. Can be, but at the same time you are witness to a fearlessness and act of creativity that again commands awe. Artists like Dowd are sometimes called outsiders, the unguided missiles, the louse in the fur, but they are more than that. It is the tastemakers (even though it sometimes seems tasteless) and adventurers, who find new corners and fillings just because of their bastardism, show that the tradition can be endlessly enriched and renewed from the inside.

Dowd plays on the 4th of February in the Rock Lobster (Antwerp). For some reason he has more friends in the Netherlands. There he plays nine times. All dates can be found on the website .

 – Translation by Google

The Band Stops Here

Scenes from Cincinnati:

The obligatory shoe selfie. It’s a rock star thang.

Hanging out in Over-the-Rhine.

Hours to go, John and Mike watch Pere Ubu sound check, then eat at the MOTR Pub and otherwise continue to amuse themselves.

 

Then Johnny Dowd lets the good times roll at The Woodward Theater

 

This slideshow requires JavaScript.

 

 

Thanks to friends,fans and Pere Ubu!

 

 

 

 

 

Heart of the Beast with Pere Ubu

 

 

The show was about as well matched with an opening act as you could imagine—the rare appearance in these parts of Johnny Dowd, an authentic outsider voice in his own right, doing his own idiosyncratic  thing.

Raised in Texas and Oklahoma, living for decades in Ithaca, NY, he’s

created a bunch of weird spoken word, warped country, and neo-blues recordings that have lately been accompanied by the incongruous sounds of a drum

machine. Like Jim White (with whom he once formed a band a decade ago, Hellwood), he blends absurdist spoken word poetry and unexpected music for something that like Ubu, is in the tradition of Beat poets, jazz hipsters, and street corner savants.

Rather than being menacing as Thomas was capable of being, Dowd, 69, was goodnatured and laughed along with the absurdity, allowing his guitarist Mike Edmondson to begin with an a cappella Joe Walsh, “Life’s Been Good” (when clearly his life as a rock figure has been something else) before the sudden jolt of “I Crawled Up the Rat’s Ass.”

As in the handmade poetry books he sold on site, he could come up with sharp lines that stood out. He pretended to be a funk god as “The White Dolomite,” and deconstructed “Freddy’s Dead” for his own purposes. He and Edmondson almost seemed more interested in telling the dumb jokes between songs.

They even made fun of the hopelessly dated disco-era drum machine that backed most of the songs, suggesting we “give the drummer some.” But they won over the crowd enough to have them sing along to “I love the bright lights of Washington, DC; I wanna be a star like Conway Twitty.”

He ended the semi-sincere a cappella of Charlie Chaplin’s “Smile,” before rocking out with a version of it, encouraging a gesture that  contrasted mightily with the headliner’s scowl.

 – Oringinal article by Roger Catlin, photos by Richie Downs

 

This slideshow requires JavaScript.

Then it’s the PEre Ubu show and merch sales. Only thing lost on this trip: Johnny’s moustache. It was one snoop too many.

A quick shout out to  Franks Diner, latest of the fine diner finds on the road with Johnny Dowd.